Wat zijn de gevolgen van een vennootschapsrechtelijk ontslag op de arbeidsovereenkomst van een bestuurder?

Het komt vaak voor dat de bestuurder van een vennootschap op twee manieren is verbonden aan de onderneming:

  • Als statutair bestuurder, waarvoor de regels gelden van het vennootschapsrecht en
  • op basis van een arbeidsovereenkomst, waarvoor de regels gelden van het arbeidsrecht.

Deze ‘dubbele’ rechtspositie roept onder andere de volgende vraag op: “Wat zijn de gevolgen voor de arbeidsovereenkomst van de bestuurder, wanneer hij als statutair bestuurder wordt ontslagen?”

De rechtbank Noord-Nederland heeft in een beschikking geoordeeld over deze situatie.

Nietigheid en vernietigbaarheid

Voordat wordt overgegaan tot bespreking van het oordeel van de rechtbank, is het goed de gebruikte terminologie te verduidelijken. In dit blog wordt gesproken over nietigheid en vernietigbaarheid:

  • ‘Nietigheid’ ziet op de situatie dat een overeenkomst nooit rechtsgeldig tot stand is gekomen.
  • ‘Vernietigbaarheid’ ziet op de situatie dat een overeenkomst weliswaar tot stand is gekomen, maar dat er gebreken zijn waardoor deze vernietigd kan worden.

“Wat zijn de gevolgen voor de arbeidsovereenkomst van de bestuurder, wanneer hij als statutair bestuurder wordt ontslagen?”

De zaak

  • Bestuurder A heeft samen met bestuurder X en bestuurder Y een onderneming (M) opgericht, die zich bezighoudt met de ontwikkeling, certificering en controle van systemen voor management van ballastwater van zeeschepen.
  • Ieder van de bestuurders is houder van een derde van de aandelen van M.
  • Zowel A, X als Y zijn statutair bestuurder van M.
  • A en Y zijn ook in dienst van M, op basis van een arbeidsovereenkomst.

Op 20 november heeft een gesprek plaatsgevonden tussen A, X en Y. Tijdens dit gesprek heeft X aan A meegedeeld dat A op staande voet is ontslagen. Er is door A een groot risico genomen door het niet uitvoeren van werkafspraken. Daarbij ontneemt X alle rechten en bevoegdheden van A als bestuurder en ontslaat hem tevens in die functie.

A wordt de toegang tot het kantoor van M ontzegd en moet zijn sleutels en laptop inleveren. Vervolgens heeft M al haar medewerkers, klanten en relaties ingelicht over het ontslag van A en zijn de naam en het profiel van A van de website van M verwijderd. A meldt zich op 28 november 2017 ziek.

A is bij brief van M van 30 januari 2018 uitgenodigd voor een algemene vergadering van aandeelhouders op 16 februari. De advocaat van A heeft in een brief van 15 februari 2018 aan M meegedeeld dat A wegens zijn medische situatie de algemene vergadering niet kon bijwonen. Tijdens deze aandeelhoudersvergadering is besloten tot het ontslag van A als bestuurder van M.

In een brief van 19 februari 2018 heeft de advocaat van M aan A meegedeeld dat door het ontslag als statutair bestuurder. ook de arbeidsrechtelijke relatie tussen M en A is geëindigd. Verder heeft M, middels deze brief, het standpunt ingenomen dat de arbeidsovereenkomst op 20 november 2017 al rechtsgeldig is geëindigd door het ontslag op staande voet op die datum. Voor het geval dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, heeft M de arbeidsovereenkomst middels deze brief opgezegd per 19 maart 2018.

“Bezint eer ge begint!”

Het vervolg

Bestuurder A laat het hier niet bij zitten en stapt naar de rechter. A verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat het ontslag van 20 november 2017 als statutair bestuurder nietig is, dan wel dat ontslag te vernietigen. Ook wordt de rechtbank verzocht de opzegging van 16 februari 2018 te vernietigen omdat dit in strijd is met het opzegverbod tijdens ziekte.

M verweert zich tegen dit verzoek en stelt dat het niet de bedoeling was A op 20 november 2017 te ontslaan als statutair bestuurder, maar dat zij alleen een arbeidsrechtelijk ontslag op staande voet heeft willen geven. Verder is M van oordeel dat haar besluit van 16 februari 2018 om A te ontslaan als statutair bestuurder rechtsgeldig is genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders. Ook de daaropvolgende opzegging van de arbeidsovereenkomst bij brief van 19 februari 2018 is rechtsgeldig volgens M. Het opzegverbod tijdens ziekte staat die opzegging niet in de weg omdat A al voor zijn ziekmelding op 28 november 2018 wist dat M hem wilde ontslaan.

Het oordeel van de rechtbank

Een vennootschapsrechtelijk ontslag heeft volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in beginsel ook beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg (ook wel de ’15 april-arresten genoemd). Volgens die rechtspraak is voor een uitzondering op deze regel alleen plaats als een wettelijk opzegverbod aan die beëindiging in de weg staat, of als partijen anders zijn overeengekomen.

“Pas als een vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit geldig en onaantastbaar is, kan worden beoordeeld wat de gevolgen van dat besluit zijn voor de arbeidsrechtelijke opzegging.”

Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat voor een arbeidsrechtelijke opzegging, zoals een ontslag op staande voet, een voorafgaand rechtsgeldig vennootschappelijk ontslagbesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders nodig is. Uit de ’15 april-arresten’ volgt dat in het vennootschapsrechtelijke ontslagbesluit ook de arbeidsrechtelijke opzegging is gelegen. Pas als is geoordeeld dat een vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit geldig en onaantastbaar is, kan worden beoordeeld wat de gevolgen van dat besluit zijn voor de arbeidsrechtelijke opzegging.

De nietigheid en vernietigbaarheid van het vennootschapsrechtelijke ontslag

De rechtbank neemt aan dat M op 20 november 2017 zowel een vennootschapsrechtelijk ontslag als arbeidsrechtelijk ontslag op staande voet heeft gegeven omdat:

  • bestuurder X heeft aan bestuurder A meegedeeld dat A op staande voet werd ontslagen;
  • dat A de toegang tot het kantoor van M werd ontzegd,
  • dat A zijn sleutels en laptop moest inleveren en
  • dat hij als bestuurder werd ontslagen.

Volgens de rechtbank kunnen die mededelingen niet anders worden uitgelegd dan als een vennootschapsrechtelijk én arbeidsrechtelijk ontslag.

Op grond van de wet en de statuten van M kon het vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit van 20 november 2017 alleen worden genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders omdat dit het enige orgaan van M is dat daartoe bevoegd is. Weliswaar waren bij het gesprek op 20 november 2017 alle aandeelhouders aanwezig, maar dit gesprek was geen algemene vergadering van aandeelhouders en was ook niet zo bedoeld. De rechtbank oordeelt daarom dat het ontslagbesluit nietig is omdat:

  • het in strijd met de wet en de statuten van M is genomen;
  • er niet is voldaan aan de oproepingstermijn voor de algemene vergadering van aandeelhouders;
  • Er niet is voldaan aan de eis ten aanzien van de plaats van de vergadering.
     

Nietigheid van het arbeidsrechtelijk ontslag

Het vennootschapsrechtelijk ontslag op 20 november 2017 is dus nietig en vernietigbaar. Dit brengt naar oordeel van de rechtbank met zich mee dat het arbeidsrechtelijke ontslag op staande voet op 20 november 2017 nietig is. Dit volgt uit het feit dat voor een arbeidsrechtelijke opzegging, zoals een ontslag op staande voet, een voorafgaand rechtsgeldig vennootschappelijk ontslagbesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders nodig is.
 

Geldigheid van het vennootschapsrechtelijk ontslag

De partijen zijn het erover eens dat het vennootschapsrechtelijk ontslag van bestuurder A op 16 februari 2018 rechtsgeldig is. De rechtbank neemt dit standpunt over. Zoals hierboven besproken geldt als regel dat een geldig vennootschapsrechtelijk ook de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot gevolg heeft. In dit geval zijn partijen geen uitzondering op die regel overeengekomen. Een uitzondering op die regel kan zich alleen voordoen als een wettelijke opzegverbod aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de weg staat.

Opzegverbod tijdens ziekte en vernietiging arbeidsrechtelijke opzegging

De advocaat van A heeft A bij brief op 28 november 2017 ziekgemeld en op de zitting heeft A zijn ziekte toegelicht. Verder heeft de advocaat van A in een brief van 15 februari 2018 aan M meegedeeld dat A wegens zijn medische situatie de algemene vergadering niet kon bijwonen. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat A vanaf 28 november 2017, door ziekte, ongeschikt is voor zijn werkzaamheden. Het verzoek van A, om vernietiging van de opzegging wegens strijd met het opzegverbod tijdens ziekte, wordt daarom door de rechtbank toegewezen. De arbeidsovereenkomst is dus niet geëindigd per 19 maart 2018, maar duurt na die datum voort.

Conclusie

Uit deze beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland kan de conclusie worden getrokken dat:

  • de nietigheid van een vennootschapsrechtelijk ontslag ook de nietigheid en vernietigbaarheid van een arbeidsrechtelijk ontslag tot gevolg heeft;
  • een geldig en onaantastbaar vennootschapsrechtelijk ontslag ook beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg heeft;
  • en hier alleen van kan worden afgeweken indien een wettelijk opzegverbod aan de beëindiging van een arbeidsovereenkomst in de weg staat of partijen anders zijn overeengekomen.

Houd hier, bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, dus rekening mee. En bestuurders, voordat u de vennootschapsrechtelijke overeenkomst van een andere bestuurder wilt beëindigen: “Bezint eer ge begint!”

Hebt u advies nodig?

Verschillende rechtsposities brengen verschillende regels met zich mee. Het is soms lastig om hierbij het overzicht te houden. Het is daarom verstandig om een gespecialiseerde advocaat in te schakelen.

Als u de (arbeids)overeenkomst van een bestuurder wilt beëindiging of uw eigen arbeidsovereenkomst is beëindigd, dan zijn wij u graag van dienst!

Arbeidsrecht, Ondernemingsrecht